Loading...
Inleiding

De kracht van het noorden
zit in het mkb

De kracht van Noord-Nederland zit in het mkb. Duizenden kleinere en middelgrote bedrijven leveren een cruciale bijdrage aan de ontwikkeling van kennis, innovatie en de arbeidsmarkt en de transitie naar een koolstofarme economie.

Lees meer

De kracht van het noorden zit in het mkb

Het Operationeel Programma van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (OP EFRO) wil de Noord-Nederlandse economie een zetje geven richting de toekomst. Het Rijk sluit daarbij aan. In de periode 2014-2020 is voor Noord-Nederland ruim € 120 miljoen subsidie beschikbaar: € 103,5 miljoen vanuit Europa en € 18,5 miljoen vanuit het Rijk. Het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) heeft de taak om dit geld zo goed mogelijk te verdelen.

De uitvoering van het programma is al een eind op weg. De doelen voor 2018 zijn gehaald. Eind 2018 was € 15,3 miljoen aan projectaanvragen nog in afwachting van goedkeuring, maar als ook die aanvragen worden toegekend, staat de teller voor deze projectperiode op € 70,3 miljoen. Dat betekent dat er tot en met 2020 (na aftrek van uitvoeringskosten SNN) nog zo’n € 46 miljoen beschikbaar is voor nieuwe projectaanvragen.

Het OP EFRO richt zich in Noord-Nederland op twee prioriteiten: een sterk innovatieklimaat en een koolstofarme economie. Een sterk innovatieklimaat vraagt om goed opgeleide medewerkers, kennisontwikkeling en kennis die wordt vertaald naar marktproducten. De omschakeling naar een koolstofarme economie levert voor Noord-Nederland grote kansen op, onder meer op het gebied van energie, vervoer en bouw. Het aantal valorisaties en proeftuinprojecten rond deze transitie zit flink in de lift. Dat is van groot belang voor Noord-Nederland, want innovatie is de motor van de vooruitgang.

Grafiek voorwoord

Inleiding

OP EFRO maakt
Noord-Nederland sterker

Het huidige programma loopt van 2014 tot 2020. Bij vorige programma’s is gebleken dat het OP EFRO voor Noord-Nederland een groot verschil maakt en bijdraagt aan betekenisvolle innovaties.

Lees meer

OP EFRO maakt Noord-Nederland sterker

Het OP EFRO heeft de noordelijke economie in de periode 2007-2013 geholpen sterker uit de crisis te komen en de achterstand ten opzichte van de rest van Nederland te verkleinen. Dankzij de aanjaagfunctie van OP EFRO is er in die periode voor in totaal € 1 miljard in de economie geïnvesteerd. Naast Europa, droegen ook het Rijk en publieke instellingen daaraan bij. Bedrijven zelf investeerden ruim € 400 miljoen.

Het OP EFRO stimuleert Noord-Nederland om grote stappen te zetten in de transformatie van een maakeconomie naar een kenniseconomie. Bijvoorbeeld door een bijdrage te leveren aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen op het gebied van energie, gezondheid, water en voedsel. En ook door de ruimtelijke kwaliteiten van stad en platteland te versterken.

De praktijk laat zien dat steeds meer mkb-bedrijven participeren in projecten die vanuit het OP EFRO worden gesubsidieerd. Bedrijven, kennisinstellingen en overheden komen daardoor samen tot innovaties die bijdragen aan een sterkere economie.

Inleiding

Innovatie
Uitgelicht

Bart Scheerder, innovatiemanager UMCG
‘Samen met het mkb komen wij tot innovaties met impact’

Lees meer

'Samen met het mkb komen wij tot innovaties met impact’

Het Universitair Medisch Centrum Groningen hecht groot belang aan samenwerking met mkb-bedrijven in Noord-Nederland. Volgens Bart Scheerder, innovatiemanager bij het UMCG, biedt het OP EFRO kansen voor verrijking.

“Het UMCG heeft als speerpunt Healthy Ageing: gezonder oud worden. Wij zijn continu op zoek naar innovaties die onze gezondheid positief beïnvloeden. Als speler op wereldniveau hebben wij tevens een belangrijke rol als aanjager van innovatie in Noord-Nederland.

Om te kunnen excelleren, hebben wij het mkb in Noord-Nederland hard nodig. Dat wordt door het OP EFRO gestimuleerd en mede mogelijk gemaakt. Ik moet er wel bij zeggen dat het soms een heel gedoe is om projecten van de grond te krijgen, UMCG is nu eenmaal geen gewoon bedrijf. Innovaties moeten uit allerlei potjes en begrotingen komen en mensen vrij spelen is ook vaak een hele uitdaging. Toch lukt het ons geregeld om samen met mkb-bedrijven een projectaanvraag in te dienen bij het SNN en tot projecten te komen die anders niet haalbaar zouden zijn geweest. Als een programma als OP EFRO er niet was, zouden we kansen op verrijking missen, omdat het OP EFRO cross-sectorale innovaties en ondernemerschap stimuleert.

Zelf ben ik momenteel betrokken bij een project rondom dHealth: digitale zorg, waarin we samenwerken met twee mkb-bedrijven. Binnenkort verwachten we de beschikking voor het project Move2Innovate, een project op het raakvlak tussen gezondheid, beweging en sport, waarbij we ook weer met verschillende mkb-bedrijven samenwerken. Het is geweldig om te zien hoe sterk de drive van die mkb’ers is en hoe hoog hun efficiëntie. Het UMCG heeft bedrijven nodig om gezamenlijk nieuwe oplossingen te verzinnen, te realiseren en op de markt te krijgen. Andersom hebben bedrijven het UMCG nodig als potentiële afzetmarkt of als launching customer voor innovaties. Zo werken we samen aan innovaties die maatschappelijke impact hebben.

Als er één ding is dat onze regio kenmerkt, is het samenwerking. Dat komt omdat we in Noord-Nederland al snel op elkaar zijn aangewezen en met respect met elkaar om gaan. Het Noorden heeft slechts één UMC en één universiteit, maar beide zijn van wereldklasse en geven belangrijke impulsen aan de Noordelijke economie. Die rol willen wij graag vervullen. Daarom denken wij actief mee over nieuwe programma’s, subsidieregelingen en innovatiestrategieën voor Noord-Nederland. Wij hebben er zelf veel belang bij dat onze agenda daarbij aansluit. Wij opereren niet op een eiland, maar zoeken steeds naar verbinding met de wereld om ons heen. De kansen die programma’s als OP EFRO bieden, willen we benutten om samen met partners meer innovaties mogelijk te maken op weg naar betere gezondheid.”

Waar staan we nu?

Hoe staat het met
de toekenning van subsidies?

De trage start van het programma is nog steeds merkbaar in de uitvoering. Maar uit alle signalen blijkt dat het programma op stoom is gekomen.

Lees meer

Hoe staat het met de toekenning van subsidies?

Het aantal aanvragen in 2018 komt overeen met de oorspronkelijke planning. Voor 2019 zitten er al veel projecten in de pijplijn. De aanvragen richten zich met name op de Open Innovatie Call, de call Valorisatie en de regelingen VIA (Versneller Innovatieve Ambities) en KEI (Kennis en Innovatie). Opvallend is dat met name projecten gericht op een koolstofarme economie het goed doen, zoals proeftuinen en innovaties gericht op duurzaamheid, CO2-reductie en een circulaire economie.

De trage start van het programma is nog steeds te merken in de daadwerkelijke uitvoering van de projecten. De investeringen komen later op gang dan gepland. Het normbedrag voor de gerealiseerde investeringen in 2018 is echter wel gehaald.

Bijdrage aan doelstelling 1 Innovatie
Tot en met eind 2018 is er voor € 85,6 miljoen aangevraagd voor projecten die bijdragen aan doelstelling 1 Innovatie (human capital, kennis en innovatie). € 43,6 miljoen daarvan is toegekend. Voor € 7,7 miljoen aan aanvragen moesten de subsidietechnische details eind 2018 nog worden geregeld.

Bijdrage aan doelstelling 2 Koolstofarme economie
Tot en met eind 2018 is er voor € 29,4 miljoen aangevraagd voor projecten die bijdragen aan doelstelling 2 Koolstofarme economie. € 11,4 miljoen daarvan is toegekend. Voor € 7,5 miljoen aan aanvragen moesten de subsidietechnische details eind 2018 nog worden geregeld.

Grafiek toegekende subsidie

Waar staan we nu?

Hoe staat het met de
realisatie van investeringen?

Belangrijke indicatoren die aangeven of het programma op koers ligt, zijn het aantal deelnemende ondernemingen en de gerealiseerde investeringen. Het programma blijkt bij uitstek geschikt voor het mkb.

Lees meer

Hoe staat het met de realisatie van investeringen?

Indicator deelnemende ondernemers: overtroffen
Eind 2018 waren er ruim 570 ondernemingen bij OP EFRO betrokken. In 2017 waren dat er 378. Daarmee is de doelstelling voor deze programmaperiode, 450 betrokken bedrijven, ver overtroffen. Het is overduidelijk gelukt om een programma voor en door het mkb neer te zetten. Het EFRO-programma onderscheidt zich hiermee van andere subsidieregelingen en programma’s.

Indicator gerealiseerde investeringen: net voldoende
Ieder jaar moet een vastgesteld bedrag aan investeringen worden goedgekeurd en gedeclareerd bij de Europese Commissie. Het normbedrag voor 2018 bedroeg € 43,7 miljoen. Dit bedrag is net gehaald: het gerealiseerde bedrag bedroeg eind 2018 € 43,9 miljoen.

Voor prioriteit 1 Innovatie is de indicator gerealiseerde investeringen in 2018 voor 91 procent gehaald. Het resultaat lag ruim boven het vereiste minimum van 75 procent. Er werd in totaal €31,4 miljoen euro geïnvesteerd; het normbedrag was € 34,5 miljoen.

Voor prioriteit 2 Koolstofarme economie (CO2-reductie) is de indicator gerealiseerde investeringen ruimschoots gehaald. Eind 2018 was er voor € 12,5 miljoen geïnvesteerd. Het normbedrag dat gehaald moest worden, was € 10 miljoen.

De belangrijkste reden voor de tegenvallende gerealiseerde investeringen bij prioriteit 1 is dat projecten langere tijd nodig hebben om op gang te komen.

Tabellen

Waar staan we nu?

Wie betaalt mee?

Het OP EFRO blijkt in de praktijk een grote stimulans voor het mkb om zelf ook te investeren. Naast elke euro afkomstig vanuit het OP EFRO en het Rijk, legt het mkb zelf een euro bij.

Lees meer

Wie betaalt mee?

Het totale bedrag aan in projecten opgenomen investeringen bedroeg eind 2018 € 229,4 miljoen. Het mkb bekostigt daarvan € 109,8 miljoen. Het EFRO en het Rijk betaalden € 70,3 miljoen. Publieke partijen als provincies, gemeenten en kennisinstellingen dragen in totaal ook nog € 49,2 miljoen bij. De noordelijke provincies financieren hiervan samen 57 procent, de kennisinstellingen 36 procent.

Wie profiteren ervan?
Twee derde van de EFRO-subsidies heeft een provinciaal profiel. Dit betekent dat minstens 70% van de kosten van deze projecten worden gemaakt door partijen die in een van de drie provincies zijn gevestigd. Bij twee derde van die projecten gaat het om partijen uit Groningen. De resterende een derde is gelijkelijk verdeeld over Drenthe en Friesland. De provincie Drenthe heeft in 2018 een flinke stap vooruit gezet en haar aandeel in een jaar tijd verviervoudigd.

Naast ‘provinciale projecten’ kent het programma ook ‘noordelijke projecten’, met partners uit verschillende provincies. Dit betreft een derde van de EFRO-projecten. In deze projecten zijn Friese partners het sterkst vertegenwoordigd. Bij bijna de helft van de noordelijke projecten zijn partners betrokken uit elk van de drie provincies.

Het toerekenen van een subsidie aan een provincie betekent overigens niet dat alleen die provincie ervan profiteert. Projecten die bijvoorbeeld door de RUG of het UMCG worden geïnitieerd, zijn ook vaak belangrijk voor Drenthe en Friesland. Dat de drie noordelijke provincies economisch sterk verbonden zijn, is onlangs bevestigd door het Planbureau voor de Leefomgeving, in het rapport De economische samenhang tussen regio’s' Let op: twee afbeeldingen hieronder! 

Aandeel partners per provincie in Noord-Nederland brede projecten

Meebetalen en MKB cirkeldiagrammen

Waar staan we nu?

Instrument
uitgelicht

De Open Innovatie Call is een open uitnodiging aan bedrijven en kennisinstellingen in Noord-Nederland om mee te bouwen aan een sterk innovatieklimaat.

Lees meer

Open Innovatie Call slaat aan

Het SNN is op zoek naar initiatieven die bijdragen aan een creatief klimaat waarin nieuwe ideeën voor innovatie ontstaan. Dit vraagt een actief samenspel tussen kennisinstellingen, het noordelijk mkb en bij voorkeur ook eindgebruikers.

De Open Innovatie Call biedt initiatiefnemers de mogelijkheid om in een vroeg stadium feedback te vragen van de deskundigencommissie, zodat het voorstel bij indiening ook daadwerkelijk kans maakt. In totaal hebben negen initiatiefnemers hun voorstel gepitcht. Inmiddels zijn er twee formele aanvragen ingediend, waarvan er één positief is beoordeeld.

De praktijk leert dat het een behoorlijke (tijds)inspanning vergt om van een projectidee tot een projectaanvraag te komen. Niet alleen de initiatiefnemers zelf, ook het SNN en de provincies steken er veel tijd in om initiatieven te begeleiden en te ondersteunen. Het gaat doorgaans om complexe projecten met veel partijen, verschillende financieringsbronnen en grote projectdoelstellingen, waarbij veel moet worden geregeld.

De eerste call is halverwege 2017 opengesteld. Na een proefperiode van anderhalf jaar is besloten de call te verlengen, omdat het instrument heel goed blijkt aan te slaan. In 2019 start een nieuwe ronde. Voor aanvragen in het kader van de Open Innovatie Call is in totaal € 20 miljoen beschikbaar. Projecten die niet direct binnen de call zelf passen, komen vaak voor één van de andere instrumenten in aanmerking.

De opzet en de voortgang van de Open Innovatie Call worden vanwege het vernieuwende karakter met aandacht gevolgd door het Smart Specialisation Platform van de Europese Commissie en verschillende Europese regio’s. De call blijkt andere Europese regio’s te inspireren, omdat de focus niet op vooraf afgebakende activiteiten ligt, maar op het bereiken van doelstellingen.

Wat levert het op?

Hoe presteert het
OP EFRO?

Aan het eind van elk jaar beoordeelt de Europese Commissie de voortgang van het programma. Vier resultaatindicatoren meten het effect van het OP EFRO op het innovatieklimaat.

Lees meer

Hoe presteert het OP EFRO?

Het gaat om de indicatoren Kennisontwikkeling, Valorisatie, Human Capital en CO2-reductie. De gegevens voor de eerste twee indicatoren worden door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verzameld en elke twee jaar gepubliceerd. De indicator Human Capital wordt beoordeeld door een expertpanel dat zijn waardering geeft over de aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. De gegevens voor de indicator CO2-reductie worden gemeten via de Noord-Nederlandse Innovatiemonitor.

Indicator Kennisontwikkeling
Opvallend is dat het aandeel mkb’ers dat bij innovaties samenwerkt met andere partijen in twee jaar tijd flink is toegenomen: van 20 procent (uitgangswaarde) naar 26 procent (CBS-rapportage 2018). Dit is ruim hoger dan de streefwaarde voor het eind van de programmaperiode.

In Noord-Nederland werken bedrijven zelfs meer samen dan in de rest van Nederland.

Dit impliceert niet automatisch dat er een direct verband is met de inzet vanuit het OP EFRO om samenwerking en kennisuitwisseling te bevorderen. Om een verband te kunnen vaststellen is nader onderzoek nodig.

Indicator Valorisatie
Het Noord-Nederlandse mkb heeft relatief minder nieuwe producten en diensten op de markt gebracht dan verwacht: de resultaten waren geen 25 procent (uitgangswaarde), maar 22 procent (CBS-rapportage 2018). Er worden wel aanzetten tot innovatie gedaan, maar deze vertalen zich kennelijk niet direct in valorisatie van de opgedane kennis.

Indicator Human Capital
Uit onderzoek naar de indicator Human Capital blijkt dat vertegenwoordigers van onderwijs, werkgevers en overheid iets minder positief zijn over de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt in het kader van innovatie dan ze in 2017 waren. Toch valt de score ook dit jaar weer in de categorie 'beperkt positief'.

Indicator CO2-reductie
In maart 2018 hebben ruim 5.500 mkb-bedrijven in Noord-Nederland de Innovatiemonitor toegestuurd gekregen. Hieraan deden 503 innovatoren mee.
Van de bevraagde mkb'ers gaf 86.5% aan dat zij minstens één product-, proces-, of organisatorische innovatie hebben ingevoerd. Van deze ‘Innovatoren’ gaf 47% aan dat ze minstens één milieu-innovatie hadden gerealiseerd. In het basisjaar 2016 had 64 procent van innovatoren minstens één milieu-innovatie doorgevoerd, zie het Overzicht milieu-innovaties. Een mogelijke verklaring voor de daling is dat bedrijven de quick-wins inmiddels hebben benut om bedrijfsprocessen minder milieubelastend maken. Om verdere milieuverbeteringen te realiseren, is een compleet andere denkwijze nodig.

Wat levert het op?

Hoe hoger de ambities,
hoe groter de impact

Het EFRO-programma voorziet in een behoefte, zo blijkt uit de eerste impactevaluatie die de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) in 2018 heeft uitgevoerd.

Lees meer

Hoe hoger de ambities, hoe groter de impact

Het EFRO-programma is het enige subsidieprogramma dat projecten ondersteunt waarin mkb’ers en kennisinstellingen samen aan kennisdeling en innovatie werken. Zonder die ondersteuning zouden veel van deze projecten niet van de grond zijn gekomen. Het EFRO-programma is daarmee een belangrijk middel voor de versterking van de regionale en nationale economie en onderscheidt zich van andere subsidieregelingen.

Strenge selectie
Het onderzoek is uitgevoerd onder honderden projecten die worden gesubsidieerd vanuit een van de vier Nederlandse regionale innovatieprogramma’s, waaronder het SNN. Volgens de RUG-onderzoekers worden projecten streng maar effectief geselecteerd en maken de meeste projecten de verwachte doelstellingen waar. Alle projectaanvragen worden beoordeeld door een onafhankelijke deskundigencommissie. Deze beoordeling heeft eraan bijgedragen dat de kwaliteit van de aanvragen over de jaren heen sterk is gestegen.

Verminder de administratieve druk
Het streven is om met zo min mogelijk administratieve rompslomp zoveel mogelijk impact op de regionale economie te hebben. Een goed werkende, strenge selectie aan de poort is daarbij heel belangrijk. Als het zwaartepunt van de controles in de projectselectiefase ligt, kunnen de administratieve lasten daarna tot het minimaal noodzakelijke worden teruggebracht. Dat blijkt voor indieners een factor van belang bij het indienen van een projectaanvraag.

Verhoog de ambities
Hoe hoger het ambitieniveau, hoe beter. Projecten die uitstijgen boven het regionale niveau én de ambitie hebben om op internationaal niveau toonaangevend te zijn, kunnen volgens de RUG-onderzoekers echt een verschil maken voor de structurele ontwikkeling van de regio. Wat dat betreft mag de lat de komende jaren nog hoger worden gelegd.

Wat levert het op?

Deskundigencommissie

Anne Jan Zwart, voorzitter deskundigencommissie:
‘Hoe beter de voorbereiding, hoe groter de kans op succes’

Lees meer

'Hoe beter de voorbereiding, hoe groter de kans op succes'

De beslissing over een projectaanvraag hangt sterk af van het oordeel van de deskundigencommissie. Volgens voorzitter Anne Jan Zwart verhoogt de kwaliteitstoets de kans op succes. 

“Een goed en doordacht projectplan vergroot de kans op succes. Niet elk idee is een goed idee. Als deskundigencommissie hebben wij de taak om goede ideeën te selecteren. Wij kijken hoe groot de kans is dat het project de impact gaat maken die de initiatiefnemers voor ogen hebben. Is het project degelijk opgezet, is de juiste kennis aanwezig, zijn de juiste samenwerkingspartners betrokken en hoe wordt het product of de dienst uiteindelijk in de markt gezet?

De deskundigencommissie bestaat uit mensen uit verschillende sectoren en met uiteenlopende expertises uit de drie noordelijke provincies. We staan misschien als streng bekend, maar de afgelopen twee jaar hebben we toch drie op de vier aanvragen met een positief advies doorgestuurd naar het SNN-bestuur. Dat betekent dat de kwaliteit van de aanvragen inmiddels hoog is. Als we een project afwijzen, geven we concrete feedback. Soms zien we aanvragers later met een verbeterde projectaanvraag terugkomen.

Bij de Open Innovatie Call komen initiatiefnemers al in een vroeg stadium hun idee met ons bespreken. Dat juichen we toe. We stellen vragen en geven feedback, zodat de initiatiefnemers het projectvoorstel verder kunnen uitwerken.

Het vergt best een tijdsinvestering om een subsidieaanvraag te doen, maar die investering levert zeker wat op. Hoe beter de voorbereiding, hoe groter het commitment en de kans op succes. Het verkrijgen van een EFRO-subsidie geeft bovendien ook een soort kwaliteitsstempel. Als een aanvraag door SNN is goedgekeurd, kan dat helpen om ook andere financiers en investeerders te vinden.

De projecten die wij de afgelopen jaren langs hebben zien komen, waren zeer divers. Er waren prachtige projecten bij, variërend van een paar ton tot een paar miljoen euro. Vaak zien we dat bedrijven en kennisinstellingen samen aan de slag gaan met een idee dat zij afzonderlijk niet zouden kunnen realiseren. Het mooie van samenwerking is dat er nieuwe contacten en nieuwe ideeën ontstaan, waardoor innovaties op gang blijven komen.”

Anne Jan Zwart is ontwikkelaar en algemeen directeur van het Ecomunitypark in Oosterwolde en oud-ceo van EcoStyle.

Wat levert het op?

Innovatiemonitor

Thijs Broekhuizen, associate professor Innovatiemanagement (RUG):
‘De Innovatiemonitor maakt de sterktes en knelpunten zichtbaar’

Lees meer

'De Innovatiemonitor maakt de sterktes en knelpunten zichtbaar’

De Noordelijke Innovatiemonitor is een initiatief van de Rijkuniversiteit Groningen (RUG) en het SNN, ondersteund door een aantal strategische partners. De monitor laat zien hoe het is gesteld met de innovatiekracht van het mkb in Noord-Nederland.

“De Noordelijke Innovatiemonitor is een onderzoek waarin het mkb over een langjarige periode wordt gevolgd, met als doel inzicht te krijgen in de innovatiekracht van bedrijven. Onderdeel daarvan is een enquête die de RUG, het SNN, de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij, PNO consultants, MKB-Noord en de Wateralliance gezamenlijk hebben opgesteld. De resultaten van de enquête worden door een postdoc-onderzoeker van de RUG geanalyseerd en gerapporteerd. 2018 was het vierde jaar waarin de monitor is ingezet. Dankzij de verschillende partners hebben we zo’n 5000 bedrijven in ons bestand. Daarvan doen er jaarlijks zo’n 500 mee.

Vragen en prikkels
Het hoofdonderwerp is innovatie, daarnaast stellen we vragen over een actueel onderwerp, zoals digitalisering of business-modellen. We vragen bedrijven te rapporteren of ze in de afgelopen 3 jaar proces-, product- of organisatie-innovaties hebben doorgevoerd en of er milieu-innovaties bij waren. En ook of ze activiteiten hebben ondernomen op het gebied van research & development en wat de belemmeringen zijn om tot innovaties te komen.

We prikkelen ondernemers om mee te doen door hun iets terug te geven. Na het invullen krijgen ze een innovatiepaspoort toegestuurd: een benchmark die aangeeft waar het bedrijf staat in vergelijking met andere bedrijven in de regio of sector. We denken erover om ondernemers die vaker deelnemen extra te waarderen door hun een uitvoerige scan van hun bedrijf aan te bieden. Goed scorende ondernemers geven we de kans om hun verhaal te vertellen tijdens het jaarlijkse event. We zoeken dus steeds naar nieuwe manieren om bedrijven te belonen en de resultaten te presenteren.

Wel innovatief, niet heel ambitieus
Uit de monitor blijkt dat het Noord-Nederlandse mkb behoorlijk veel innovators telt. De verschillen tussen de drie provincies zijn klein. Provincies met meer grote steden scoren vaak beter op innovatie, omdat grote steden nu eenmaal meer bedrijven, mensen en talent aantrekken. Over het algemeen zien we in het Noorden weinig bedrijven die heel groot willen worden of de ambitie hebben om de volgende ASML, een internationaal succesvol technologiebedrijf, te worden.

De uitkomsten van de Innovatiemonitor hebben daadwerkelijk impact op het beleid. Ook op het subsidiebeleid. Productinnovaties bijvoorbeeld blijken niet altijd tot betere financiële resultaten te leiden, maar wel als deze worden gecombineerd met organisatorische innovaties. Daarom zijn er nu meer mogelijkheden om dat soort innovaties gesubsidieerd te krijgen. Zo is aan de subsidieregeling Versneller Innovatieve Ambities (VIA) een mogelijkheid voor ondersteuning van organisatorische innovaties toegevoegd. De Innovatiemonitor maakt niet alleen zichtbaar hoe het gaat, maar ook wat de knelpunten zijn en hoe we de innovatiekracht van Noord-Nederland kunnen versterken.”

Vooruitblik

Vooruitblik

Vooruitblik

Het SNN heeft in 2018 ingezet op betere communicatie, goede ondersteuning en meer instrumenten. Dat levert resultaat op. De verwachtingen voor de laatste twee jaar van het OP EFRO zijn daarom positief.

Lees meer

Vooruitblik

Het programma had meer tijd nodig om op gang te komen, maar blijkt inmiddels goed aan te slaan. De inzet van de Open Innovatie Call levert daaraan een belangrijke bijdrage, omdat de call omvangrijke projectaanvragen mogelijk maakt. De verwachting is dat de achterstanden die in het begin van de programmaperiode zijn ontstaan, aan het eind van het programma zijn ingelopen.

Een van de middelen waarmee het SNN het innovatieklimaat wil verbeteren, is de zogeheten ‘Matrix’. Dit idee is vanuit Zweden naar Noord-Nederland overgewaaid. De matrix zorgt voor een effectievere netwerkstructuur die alle belangrijke spelers in een innovatie-ecosysteem met elkaar verbindt: bedrijven, kennisinstellingen, financiers en burgers. De matrix bevordert samenwerking en cross-overs waardoor nieuwe ideeën ontstaan. Die ideeën leiden mogelijk tot innovaties en nieuwe economische sterktes in de regio.

Vooruitblik

Matrix

Dennis Carton, directeur Ynbusiness:
‘De Matrix helpt innovaties te versnellen’

Lees meer

'De Matrix helpt innovaties te versnellen'

De Matrix zou wel eens het ideale model kunnen zijn om bedrijven, kennisinstellingen en andere partijen met elkaar in contact te brengen. Dennis Carton, directeur van Ynbusiness uit Leeuwarden, over de gedachte achter de Matrix.

“Als we weten welke expertise bij wie voor handen is en waar die persoon of dat bedrijf in Noord-Nederland te vinden is, dan kunnen we veel sneller mensen, ideeën en kennis bij elkaar brengen. Dat is wat we met de Matrix willen bereiken. Als iedereen in Noord-Nederland elkaar weet te vinden, kunnen we met z’n allen innovaties versnellen en de economie aanjagen.

De Matrix is een tabel met namen van bedrijven, mensen en hun verschillende kennis- en expertisegebieden. Stel dat je een vraag hebt over een onderwerp of een bepaald probleem wilt oplossen. Je gooit dat probleem in de groep en waarschijnlijk krijg je dan in no time antwoord van mensen die je kunnen helpen. Omdat die antwoorden uit verschillende invalshoeken komen, kunnen de oplossingen heel vernieuwend zijn.

We zijn onlangs bij wijze van proef met een kleine groep bedrijven en instellingen gestart. Onder het motto #Durftevragen leggen we in die groep vragen neer. Het is nu al verrassend om te zien wat er uit komt.

Het idee voor de Matrix is al langer bekend, ook in het buitenland, maar het model werkt niet altijd. In Zweden wordt een vorm gebruikt die wel goed werkt. Daarom gaan we daar binnenkort met een groepje aanjagers naar toe om te zien en te horen hoe ze het daar technisch organiseren en hoe ze omgaan met knelpunten als intellectueel eigendom en geheimhouding. Er zijn ongetwijfeld ondernemers die hun kennis niet via een open systeem willen delen, omdat ze bang zijn dat de concurrent ermee aan de haal gaat. Of ze willen hun kennis niet gratis delen, omdat kennis verkopen hun verdienmodel is. Daarom willen wij weten voor welk soort vragen de Matrix interessant is en wat het oplevert.

De Matrix is dus niet bedoeld als instrument om subsidies te verdelen, maar als een instrument om in Noord-Nederland ideeën los te maken en verder te brengen. Je kunt elke vraag of probleem in de Matrix voorleggen en gebruik maken van de kennis die anderen hebben. Wellicht leidt dit later tot nieuwe of sterkere subsidieaanvragen, maar die ontstaan dan vanzelf.”